Memoires van een mislukt fotograaf – Kunst in de Brugse Poort

Ook in dit nummer van Ons Kommeere volgen we onze man-met-de-Kodak op zijn hobbelige pad naar fotografische erkenning en zijn hopeloze zoektocht naar dat ene verlossende kiekje dat hem eindelijk toegang zal verlenen tot de roetsjbaan der roem. Onderweg wordt hij op pijnlijke wijze geconfronteerd met de valkuilen van het métier, zijn gulzigheid en naiviteit helpen hem daarbij niet echt vooruit…

Een godvergeten dag in de Brugse Poort, uw agenda is zo leeg als het heelal, de dwaling wenkt, het soort dag waarop alles nog kan, ze zijn vaak het begin van iets… De weekendbijlage van de krant, als prediker van verlangens van voorbijgaande aard, doet een poging de rust te vergallen, duwt u met de neus op de feiten: die job van je leven, die 5-sterren films, die onvergetelijke citytrips, die kwart-triatlon, het zal allemaal voor een volgende keer zijn. Je droomt weg bij het citaat van Herman Selleslags dat je naar de fotografie deed lonken: “1/125ste is een klassieke sluitersnelheid. Als je in je leven 125 foto’s maakt die niet kwaad zijn, dan heb je au fond één seconde gewerkt.” Eén seconde !? Een schone gedachte die werkt als een vuurtje aan een lont en De Goesting om te schudden aan de boom van het visuele establishment neemt het over, drijft u naar buiten, op zoek naar de Madonna van de Kunst deze keer. Al jaren snuffel je als een strandjutter door de buurt op zoek naar fotografische sprokkels van schoonheid. Een geoefend bijziend oog vindt er bijwijlen opgepoetste grauwheid, maar kunst in godsnaam…waar ? Ergens verborgen onder de sluikstorten, de onbestaande musea en één van de 176 leegstaande panden misschien ? Achter beschimmelde muren van koterijen, garageboxen of zielloze constructies van projectontwikkelaars ? Op bus 3 met ”Lucy in the Sky with Diamonds” in de oortjes als soundtrack ? Zoeken naar kunst in de Brugse Poort, beste lezer, is als zoeken naar varkens in de ruimte: een goede kans dat je ze net mist. Als er al kunst te vinden zou zijn, zal ze niet uit baksteen maar uit vlees en bloed moeten bestaan.
Dus met uw Kodakske ga je Don Quichotte achterna, op zoek naar het fotografisch equivalent van Dulcinea, en voor je het goed en wel beseft duw je een deur open en Ali-Baba-gewijs opent zich een neonverlichte grot met als enige waardevolle decoratie-element de brede glimlach van een man, de vleesgeworden jovialiteit, de slager-om-de-hoek. De portrettentrekker in u komt tot leven, de genius borrelt als de Vesuvius in haar beste dagen en je hoort jezelf zeggen: “wilt ge eens poseren in uw vleesfrigo met alleen uw zwembroekske temidden van de koebeesten met wat bloedworsten rond uw nek ? Voor op de cover van Ons Kommeere, of de centerfold. “
Een vreemde stilte neemt het even over, de man naast u kijkt bedremmeld rond, de gedachten vol au-vent, de witte pensen blozen even als hun bloedverwanten, de chipolatas lijken bijna uit hun te krappe vel te barsten, … en dan “zonde dat u zo’n sensationele invulling wenst te geven aan de portretfotografie. Persoonlijk hou ik er nogal van als patroon van licht en schaduw een studie vormen in chiaroscuro. Ik prefereer een wat meer genuanceerde aanpak waarbij de geportretteerde wat respectvoller en als volwaardig persoon in beeld gebracht wordt en niet als een bundeling van clichés”. Zo’n antwoord had je niet verwacht en lichtjes van de wijs gebracht brabbel je nog iets over promotie voor zijn reclame en de commerce van zijn zaak enzo maar t’is geen avance. De groothartige worstendraaier graait uit compassie in zijn toonbank en je druipt af met een bloedworst… als een hansworst.
Die seconde begint al meer op een kwartier te lijken maar je hebt een afspraak met de Kunst en uw instinct als beeldenstormer neemt het over en voert u voort, naar een vitrine om i en een matrone om Oohh! tegen te zeggen, de bakkersvrouw zeg maar, en de inspiratie van de visitatie levert de woorden: “of ze een pak bloem over haar kop wil leeggieten, in haar oven kruipen en zich wil oprollen zoals ze met haar ronde suissen ook doet, omdat dat wel interessant kan zijn, fotografisch gezien dan”.
Een vreemde stilte neemt het even over, de soufflé snakt even naar adem, de-vrouw-rechts-van-u kijkt verzuurd, de man links van u verheft de vinger in de lucht, beiden vastgeroest in hun karikatuur en dan “ik hou er wel van als de werkelijkheid gedeconstrueerd wordt maar u doet dat wel erg oppervlakkig. Spijtig dat je zo weinig emotioneel contact zoekt met uw onderwerp. Uw invulling van mijn persoon vind ik eerder oppervlakkig en getuigt van weinig fotografische vocabulaire. Op deze manier lijkt u een hopeloze amateur en ik een ontplofte bloemzak”. De vrouw heeft een visie precies en lichtjes van de wijs gebracht brabbelt ge nog iets over de raakvlakken van de pistolet en de flou-artistiek van de kramiek maar t’is geen avance. De barmhartige vrouw graait nog in haar patékestoog en je druipt af, mét een carré-confituurke, zonder postuurke.
Die seconde begint ondertussen al meer op een uurtje te lijken maar je zet door want je ruikt een goede foto zoals een hond een gebraden kippetje, dus na wat rechtse en linkse invalshoeken beland je in een groenzone voor een mise-en-scene met soepgroenten, de kruidenier zeg maar “Of deze foto-gratie zich even wil neervleien tussen de pastinaak en de aardpeer, omdat dat nogal schoon combineert met dat lekker Bourgondische lijf van haar”. Een vreemde stilte neemt het even over, de vergeten groenten genieten van de onverwachte aandacht, de vrouw naast u krijgt een blik vol erwten, een stel asperges valt Mikado-gewijs uit het immer strakke gelid, … en dan “Meneer heeft het licht gezien precies? T’is lang geleden dat ze me nog voor dikke troela uitgescholden hebben. Uw subjectieve suggestieve bedoelingen bezoedelen mijn zelfbeeld. Ik word niet zo graag gereduceerd tot een object van mannelijke begeerte. Maar ik vergeef het je. T’is de lokroep van de roem die je hoofd zot maakt en je artistieke identiteit gegijzeld heeft.” De vrouw is niet van gisteren precies en lichtjes van de wijs gebracht brabbel je nog iets over onverzadigde vetzuren en de beauté van puree enzo maar t’is geen avance. De rondborstige vrouw propt u uit compassie nog iets in uw handen en je druipt af, mét kroketjes, zónder portretjes.
De transpiratie van de inspiratie heeft u ondertussen serieus honger doen krijgen en thuisgekomen zwiert ge uw commissen in een pan en je geniet nog met smaak na van een schone dag vol authentieke ontmoetingen.
Nee, ge moet ze niets proberen wijsmaken de mensen uit onze gebuurte, ze weten maar al te goed het verschil tussen écht en nep. Kunst in de Brugse Poort vraagt ge ? De buurt loopt er vol van!
De Brugse Poort, da’s kunstzinnigheid en vrijgevigheid in één handig voordeelpakket !

Advertisements